We staan nu op de camping van Hopetoun, een kleine stad aan de oostkant van het Fitzgerald National Park. De camping is uitstekend en uitgerust met goede douches en gasbarbecue ’s waar we de vorige avond flink gebruik van hebben gemaakt. De camping is heel besloten en donker, er zijn ook niet veel gasten aanwezig. Ons plan voor deze dag is een korte rit van 313 km naar Bremer Bay, dit geeft ons veel tijd om nog wat rond te kijken. Om half negen in de morgen rijden we weg en volgen de kustweg naar het oosten en we genieten van de rust en stilte bij 2 en 12 miles beach (waar zouden deze namen nu vandaan komen). Voorbij 12 miles beach gaat de asfaltweg over in een dirt road en we draaien om terug naar Hopetoun.
In Hopetoun nemen we de afslag naar het Fitzgeralds National Park. Jammer genoeg is de weg verderop opgebroken, we rijden door tot waar we kunnen komen en gaan dan terug naar Hopetoun. Daar verlaten we de stad definitief richting Ravensthorpe. Vlak voor Ravensthorpe zien we de Ghan kamelen weer. In Ravensthorpe stoppen we om koffie te drinken. Even later stoppen er nog 2 auto’s met caravans. Dit zijn dezelfde mensen waar we in Hopetoun van de zonsondergang hebben genoten. Het blijkt dat ze ook naar Bremer Bay gaan.
Wij gaan als eerste verder en zijn om 14:00 in Bremer Bay. We tanken eerst en doen wat boodschappen. Op de camping krijgen we een plaats toegewezen welke bij aankomst al in de schaduw ligt. Dat is niets en we vragen bij de receptie om een andere plek, die we ook krijgen. We lunchen in de zon en nemen daarbij het brood en de garnalen die we in de general store van Bremer Bay hebben gekocht. We wandelen naar de river barrier, over het strand en zijn op zoek naar de scenic lookout. Deze vinden we niet en lopen terug naar de camping. We zijn niet bepaald onder de indruk van de camping en de directe omgeving.
Tijdens de wandeling hebben we veel last gehad van vliegen en bij de lunch waren er ook veel vliegen rond de camper. Gelukkig steekt de wind iets op en daarmee verdwijnen ze. Inmiddels zitten we alweer in de schaduw. We eten buiten ondanks dat het al begint af te koelen. Na het eten blijven we nog buiten zitten en maken een kampvuur in een vat met het hout van de Lurgies. Deze vaten zijn voor dit doel hier geplaatst. Het vuur geeft ons nog voldoende warmte en de rook verdrijft de muggen. De hemel is geheel onbewolkt en de sterren zijn prachtig te zien. Dit is ons vijfde bezoek aan het zuidelijke halfrond en een groot deel van de sterrenbeelden van de zuidelijke hemel herkennen we al goed.
Bij het opstaan is het buiten nog fris maar de temperatuur loopt zo snel op dat we buiten kunnen ontbijten. We doen al snel de korte broek aan. We nemen afscheid van de twee koppels van Hopetoun, ze vragen waar we naar toe gaan en als we Albany noemen krijgen we het advies om de camping Middleton Beach te nemen. Dit is een geliefde camping aan een baai waar regelmatig walvissen te zien zijn, het is wel nodig dat we nu al een plaats reserveren. Bij de uitgang van de camping is een telefooncel en we bellen het gratis nummer van Middleton Beach. Er is nog plaats en men vraagt om het kenteken van de campervan en waar we nu zijn. Vanaf de camping rijden we de gravelweg op waar we de vorige dag op gewandeld hebben, we zijn op zoek naar de scenic lookout en vinden hem uiteindelijk. Hier staat een bankje met uitzicht op de zee. We blijven hier een tijdje zitten en genieten van het uitzicht. Dan verlaten we Bremer Bay. We zijn zeer teruggesteld over Bremer Bay en zijn camping.
We rijden weer terug naar de South Coast Highway (Highway 1) en gaan bij de kruising naar links richting Albany. Omdat we alle tijd hebben rijden we naar elke kustplaats die op onze kaart staat aangegeven. Cheynes Beach is de eerste, de locatie is heel klein maar de camping ziet er op het oog beter uit dan de camping van Bremer Bay. Na Cheynes Beach stoppen we bij Nanarup Beach. Er is hier een klein zoetwatermeer waar een rivier in uitkomt. Het zoetwatermeer is door een zand barrière van de zee afgesloten. Gezien de vele auto’s en mensen moet dit een favoriete plaats zijn voor surfen en zwemmen. We kijken wat rond en rijden na enige tijd door naar Albany.
Albany is de oudste plaatsen in Western Australia en gesticht in 1827 door Majoor Edmond Lockyer van de Brig Amity. Hij zeilde in 1826 langs de kust en zag een vuur op Michealmas Island, hier zaten vier Aboriginals achtergelaten door Amerikaanse walvisvaarders. De Aboriginals maakte deel uit van de Menang Noongar en zij noemde de streek Kinjarling, wat zoveel betekend als “De regenplaats”. Diverse namen van plaatsen langs de kust zijn van oorsprong Aboriginal namen.
Op 21 januari 1827 verklaarde Majoor Lockyer dat Fredericks Town, genoemd naar Frederick, de broer van King Georges toebehoord aan de Koning van Engeland. Op deze locatie is ook een Frans walvisstation geweest. Pas in 1832 kreeg Albany zijn huidige naam van Governeur Stirling, met nog wel de relatie met Frederick. Hij was namelijk Duke van Albany en York.
Om 13:00 komen we aan op de camping in Albany. De camping ziet er uitstekend verzorgd uit en heeft een luxe uitstraling. De plaatsen zijn niet groot. Bij de receptie vragen of er een seafood restaurant in de buurt is, dat is zo en er wordt gelijk een plaats voor ons gereserveerd. We hopen dat dit restaurant geen afgang wordt zoals in Esperance. We rijden naar onze plaats en eten eerst voordat we iets gaan ondernemen. Er staat veel wind maar het is niet koud. Daarna rijden we naar het centrum van Albany en doen boodschappen bij Woolworth. Dan door naar de andere kant van Princess Royal Harbour, één van de drie grote baaien bij Albany. We gaan eerst naar de Gap, een 25 meter steile klif met een groot rechthoekig gat er waar het water bij elke golfslag hard in beukt. Vlak bij is een Natural Bridge. Beide natuurfenomenen hebben een grote overeenkomst.
De kuststrook bestaat hier uit granietrotsen die steil uit zee oprijzen. De zee beukt hier hard op de rotsen en breekt de klif van onder af. De granietrotsen hier bevatten natuurlijk breuklijnen, deze staan parallel op en evenwijdig aan de kust. De zee beukt op de onderkant van het klif waardoor een grot ontstaat. De blowholes ontstaan als eerste als de zee de evenwijdige breuklijnen van onderaf weg erodeerd totdat de breuklijn naar boven geheel open is. De zee maakt de blowholes vervolgens breder en wijder, het resultaat is dan de Natural Bridge. Door verdergaande erosie door de zee stort de Natural Bridge is en ontstaat de Gap. Dit proces gaat door langs de gehele granietenkuststrook waarbij de zee langzaam de gehele kust af erodeerd.
Hierna rijden we naar de Blowholes, dit is de eerste fase van het ontstaan van de Natural Bridge. Als het hard waait en de golven hoog genoeg zijn wordt het water door de open breuklijn naar boven uitgespoten. Het pad naar de blowholes is ruim 900meter lang en je moet 77 treden dalen. We lopen naar de blowholes maar er is te weinig wind om iets te zien. De blowholes zijn ongeveer 10cm breed en enige meters langs en we horen alleen de golven beneden in de grot. Er staan wel borden dat je afstand tot de blowholes moet houden omdat er toch wel enig gevaar kan zijn.
Na dit bezoek aan de droge blowholes rijden we naar Salmon Holes Beach. In de maanden juli tot december zitten hier veel zalmen vlak onder de kust. We stoppen nog bij de lookout over Frenchman Bay en Vancouver en rijden daarna terug naar Albany. In Albany nemen we de Marine Drive, dit is een scenic route over de top van het klif tussen Princess Royal Harbour en King George Sound. Albany is gebouwd aan de west en noord kant van het klif en vanaf de top met een hoogte van 73 meter heb je een uitstekend zicht over de Sound en de Harbour. Begrijpelijk dat de walvisvaarders hier een station hebben gebouwd omdat in beide locaties veel walvissen hun jongen ter wereld brengen. De Zwitsers die we bij Lucky Bay hebben hier walvissen gezien. We vernemen van de locals dat heel Albany naar de top van het klif gaat als er walvissen gespot zijn, is dit het jachtinstinct dat weer naar boven komen of willen ze gewoon genieten van deze bijzondere zoogdieren. Wij denken het laatste.
Terug op de camping blijkt dat één van de stoelen die we op onze plaats hebben achtergelaten omgewaaid zijn. Het is vandaag een hele mooie warme dag geweest met een stralende zon maar we zien ook de eerste hogere bewolking sinds de regen bij Lucky Bay. Aan het einde van de dag is het ook harder gaan waaien. Na terugkomst op de camping raken we aan de praat met onze buurman. Hij komt uit MacKay in Queenland. Hij is nu twee weken onderweg en heeft in totaal 6 weken om een rondje Australië te doen. Is dit een recordpoging voor het Guinness book of Record? Zijn kinderen werken 4 weken vanaf campings en hebben 4 extra weken vrij van school met opdrachten die ze onderweg moeten doen.
Het restaurant waar we gaan eten heet Kalamari’s en is een klein stukje lopen vanaf de camping. Het is nog rustig. We nemen een fles witte wijn en zowel vis bij het voorgerecht als het hoofdgerecht. Dit is een veel beter restaurant dan in Esperance en vergelijkbaar met Coffin Bay en Eucla. We lopen in het donker terug naar de camping en in de campervan moeten we eerst op de muggenjacht. Deze nacht is warm in vergelijking met vorige nachten. Halverwege de nacht horen we gespetterd op het dak van de camper en in de nacht heeft het diverse malen geregend. We staan om zeven uur op, het is half bewolkt met kleine blauwe stukken. Na het ontbijt vertrekken we gelijk en ons doel van de dag is de ECO camping in Northcliff. In Albany volgen we eerst de scenic route langs de Marine Drive en stoppen bij diverse lookouts maar zien geen walvissen.
Gisteren hebben we langs in de Princess Royal Harbour zwarte zwanen gezien en deze willen we nog op de foto zetten. Daarna verlaten we Albany via de Ellker Road, Albany-Torbay Road en de Lower Denmark Road en komen net voorbij Youngs Siding op de South Coast Highway. Deze volgen we tot in Denmark en nemen de toeristische route naar Scotsdale. Het weer wordt steeds grauwer en het begint te regenen. De weg naar Scotsdale leidt ons door wijngaarden en Karri bossen. Later komen we terug op de South Coast Highway en volgen deze tot in Bow Bridge waar we de Valley of the Giants Road op gaan. Deze leidt ons eerst het bos uit en later weer in. We nemen de afslag naar de parkeerplaats van de Valley of the Giants. Inmiddels regent het al flink en de regen is de reden voor dit type bos hier.
In de Valley of the Giants Treetop lopen we beide routes, de Giant Treetop walk en de Ancient Empires Walk. De Giant Treetop walk is precies wat het beschrijft. Een wandelpad die je hoog boven de bodem van het bos brengt. De Treetop walk is 420m lang en je komt hiermee tot in de toppen van de Deep Red Tingle Trees. Dat is tot circa 70m boven de bodem, geen route voor mensen met hoogte vrees. De brug slingert wel. Het pad is verder goed toegankelijk voor rolstoelen. Hierna volgen we de Ancient Empire Trail, dit is een houten vlonder pad langs de onderkant van de stammen. Hier zie je ook weer goed hoe groot de bomen eigenlijk zijn. Je kunt door de holle stammen heen lopen. De Red Tingle (Eucalyptus jacksonii) komt alleen in de Walpole Wilderness area voor en zijn een van de hoogste bomen van zuidwest Western Australia. Aan de voet van de stam hebben ze een omtrek van wel 16 meter, ze worden gemiddeld 60 meter hoog en 400 jaar oud. De bomen wortelen ondiep en de basis van de boom vormt een brede ondersteunde voet. De basis van de bomen zijn vaak hol en dit ontstaat door bosbranden. We lopen nog wat rond in de giftshop, daar kopen we een onder meer een boek over de geologie van Western Australia.
Rond half een rijden we weg en het weer is nog steeds zo slecht dat we besluiten om ergens te geen lunchen. In Nornalup zien we een teahouse, het eten is hier heel goed en we laten het ons prima smaken. Daarna rijden we via de Knoll Scenic Drive en Warpole naar Northcliff. Het regent nog steeds licht en af en toe wordt het zelfs even droog. In Northcliff tanken we en gaan dan naar de camping. Een in het bos verscholen ECO camping met kangoeroes, alpaca’s, magpies en nog veel meer vogels en dieren. De vrouw van de camping beheerder is werkzaam in de wildlife care, ze heeft diverse joey’s (weeskangoeroes) met de hand grootgebracht en een aantal hiervan hebben zelf weer kleintjes gekregen. Een brutale magpie probeert de camper binnen te komen. We maken thee en zoeken alle folders uit die we onderweg hebben meegenomen. We maken er twee stapels van, één om meer naar huis te nemen en de ander om achter te laten.
We zien dat de hemel begint op te klaren en er verschijnt weer wat blauwe stukken. We maken een korte wandeling over de camping en fotograferen de kangoeroes en papegaaien. Als we weer terug zijn in de camper begint het toch weer te regenen. De route van vandaag is door “natuurlijk” bos gegaan met ook plantages. Het was een hele mooie route ondanks de regen. De weg lijkt op de weg die we eerder hebben gehad richting Hahndorf. We zijn heel blij dat de campervan een goede kachel heeft, deze hebben we vaak nodig gehad zoals deze avond ook. De DVD welke we gekocht hebben bij de TreeTop walk laat zien dat het hier ook mooi weer kan zijn, met deze geruststellende gedacht sluiten we deze dag af en gaan naar bed. In de nacht regent het nog steeds en we bemerken dat we iets vergeten zijn, namelijk het legen van het toilet. Deze hebben we sinds Penong niet meer geleegd.