We staan op een camping in Hallscreek. Het is er rustig en er zijn weinig andere kampeerders. We zien alleen het Volkswagen busje staan met de drie Nederlanders, een oudere vrouw en een jongere man en vrouw. De vorige avond hebben we nog lang genoten van een avond zonder muggen. Op diverse camperplaatsen staan lampen, spijtig genoeg niet bij de onze. De volgende morgen zijn we al net na zes uur wakker en we rijden om acht uur weg. Het begint al snel warmer te worden. We vullen de tank bij een van de benzinepompen, de prijs is Aus$1.25 per liter en is de hoogste prijs van deze reis. We hebben ook melk nodig en kopen dat bij een roadhouse, de winkel bij de camping en bij benzinepompen waren of uitverkocht of de melk was over de datum heen.
Ons doel van deze dag is Fitzroy Crossing, hier hebben we de volgende mogelijkheid voor een toer georganiseerd door Aboriginals. Het landschap laat prima zien dat het hier veel minder regent en het is veel vlakker. We zien diverse willy-willy’s, kleine stof en zandhozen. Diverse creeks met water er in kruisen de weg. Om elf uur komen we aan in Fitzroy Crossing. Je rijdt de plaats in over een brug die de Fitzroy River overspant, de rivier ziet er heel rustig en kalm uit. We horen al snel dat schijn bedriegt. In de regentijd heeft het water wel eens 15 meter hoger gestaan. Als we het stadje in rijden komen net de Nederlanders de weg opdraaien vanuit de weg naar Geikie Gorge en rijden richting het westen.
We gaan naar de Tourist information en vragen naar de excursies, vooral de vijf uur tour met de Aboriginals heeft onze interesse. Jammer moeten er dan drie deelnemers zijn en met ons zijn er pas twee. We spreken af dat we later in de middag weer terug komen en dan een besluit nemen met welke tour we mee willen gaan. We gaan nu eerst wat boodschappen doen en rijden dan naar de Geikie Gorge. Daar eten we onder het dak van het bezoekerscentrum. Het gebouw is open en bestaat alleen uit palen met een dak er op. Op de palen en aan de onderkant van het dak staan merktekens over de waterhoogtes in de afgelopen regenseizoenen. In sommige jaren heeft het water boven het dak gestaan. Vanaf het bezoekerscentrum loopt een wandelpad de Geikie Gorge Nat park in. We volgen het pad en dit leidt ons langs de rivier, aan het einde heb je een schitterend uitzicht over de rivier.
We rijden terug naar de tourist information en het blijkt dat we nog steeds de enige twee zijn. We kunnen wel de tour doen maar dan moeten we voor alle drie betalen, uiteindelijke besluiten we om met de een uur tour mee te gaan. Dit is een boottocht en daarvoor is voldoende belangstelling, een bus met Australische bewoners op leeftijd. We gaan naar de camping, reserveren daar voor het restaurant en gaan de was doen. Er is een droger op de camping maar heeft zijn beste tijd al gehad. Dat is geen probleem, we hangen het gewoon buiten op. Bij de ingang van de camping hangen foto’s van totaal overstroomde camping genomen in de regenseizoenen. Het dak van de doucheruimtes stak inderdaad nnet nog boven het water uit. De camping ligt aan de rivier en aan de Great Northern Highway. Het restaurant is droog gebleven omdat het op hoge palen staat waardoor de ingang op gelijke hoogte ligt aan het wegdek.
Het eten in het restaurant is goed, alleen de bediening is een beetje rommelig, voordat we bestellen worden we al bediend met een vooraf. Bij een andere tafel wordt de bediening geheel vergeten en aan het einde komt onze koffie bij een Duits stel te staan. De rekening wordt voor de verandering wel correct gebracht. Iedereen kan er gelukkig om lachen.
De volgende morgen worden we om half acht bij de boot verwacht, de wekker gaat om zes uur. De boottocht door de Geikie Gorge is zeer zekere de moeite waard en we hebben ook onze eerste zoetwater krokodil gezien. We rijden om kwart over negen weg richting Derby.
Onderweg naar Derby hebben we ruim een uur achter een roadtrain gereden omdat de achterkant nog al heen en weer slingert. Als we besluiten om er langs te gaan gaat de roadtrain iets langzamer rijden waardoor het slingeren stopt. De weg is niet bepaald interessant en we komen al snel in Derby aan.
Derby is van oorsprong een vee overslag station gelegen aan de King Sound. Er is niets te beleven en de camping is weinig meer dan een parkeerplaats bij een kruispunt van wegen. In Derby hebben we wat rondgelopen, het weer is uitstekend en jammer genoeg is er geen zwembad aanwezig. De volgende morgen zijn we om acht uur weggereden en na tanken en de nodige controle van de camper rijden we naar de prison tree, een grote dikke boab tree. Volgens verhalen gebruikten de lokale politie de dikke holle boab tree als nachtelijke opsluitplaats voor gevangenen. Bij de prison tree is een grote bolvormige termietenheuvel. De heuvel is op een aantal plaatsen beschadigd en geeft ons daardoor goede informatie hoe termieten schade herstellen. Schitterend gezicht.
Bij de boab tree komen we de Nederlanders weer tegen en horen we hun verhaal. Ze zijn beide skileraren en werken zowel in Australië als in Europa. Tussen door rijden ze vaak rond in Australië, deze keer hadden ze zijn moeder meegenomen. Omdat dit toch wat problemen gaf heeft zij vanuit Derby de bus naar Broom genomen en vandaar het vliegtuig naar Perth. Met zijn tweeën hebben ze een 4WD voor twee dagen gehuurd en zijn daarmee onder meer naar het Tunnel Creek Nat park gegaan. Ze zijn van plan om richting Perth te gaan en we gaan ze daarom nog wel een aantal keren tegenkomen.
De afstand van Derby naar Broome, de parel aan de Indische Oceaan is maar 179 km en we verwachten dat we hier voor de middag aankomen. In Broome gaan we eerst naar het centrum en zoeken de Tourist Information op om na te gaan wat er zoals te doen is in Broome. Broome is van oorsprong een parelduikerslocatie. In het begin dwong men jeugdige Aboriginals om naar parels te duiken. De kinderen werden ontvoerd en misbruikt. Vele overleefden dit niet maar niemand had daar enige problemen mee. Aboriginals werden tot in de zestiger jaren van de 20ste eeuw niet als mensen beschouwd. Later kwamen er parelduikers uit Japan, China en de Filipijnen. Tegenwoordig worden er nog steeds naar parels gezocht in de omgeving van Broome, dat zie je ook terug in de juwelierswinkels.
Na ons bezoek aan de Tourist Information hebben we de winkels bezocht. In een winkel met Aboriginal spullen (made in China) hebben we flink onze slag geslagen. Hierna zijn we op zoek gegaan naar een camping aan Cable Beach. We krijgen een plek toegewezen, deze bevalt ons niet en vragen om een andere. Het is nog vrij vroeg in de middag en we zijn wezen afkoelen in de Indische Oceaan. Het water heeft een temperatuur van 28 graden celsius. Het strand is heel breed en bestaat uit wit fijn zand. Na het zwemmen zijn we eerst gaan douchen en daarna terug gegaan naar het strand om te genieten van de zonsondergang. Je zit hier dicht bij de evenaar en de zon gaat snel onder. We gaan op tijd naar bed omdat we de volgende dag vroeg willen vertrekken voor de ruim 700km oversteek van de Great Sandy dessert naar Port Hedland.